Toegankelijkheid is een merkstandpunt, geen afvinklijst
Zes procent van de overheidswebsites voldoet na zeven jaar aan de toegankelijkheidseisen. Wat dat zegt over prioriteiten — en wat de EAA nu van private organisaties vraagt.
Stel: je laat een nieuwe website bouwen. De designer levert een mooi resultaat, de developer zet het live, en drie maanden later krijg je een brief van een toezichthouder. Je site voldoet niet aan de toegankelijkheidseisen die sinds 28 juni 2025 ook voor jouw organisatie gelden. Wat nu?
De meeste organisaties starten dan een herstelproject. Kleuren aanpassen, alt-teksten toevoegen, een verklaring publiceren. Klaar. Maar wie zijn website pas toegankelijk maakt omdat de wet het eist, heeft al een merkstandpunt ingenomen. Alleen niet bewust.
De EAA raakt sinds juni 2025 ook private diensten
De European Accessibility Act verplicht WCAG 2.1 AA voor een brede groep private organisaties: webshops, banken, telecom, vervoersdiensten en andere e-handelsdiensten in de EU. Micro-ondernemingen met minder dan tien medewerkers en minder dan twee miljoen euro omzet zijn vrijgesteld. Voor iedereen daarboven is de norm nu wettelijk verankerd.
Dat is een grotere stap dan hij op papier lijkt. De vorige Europese richtlijn raakte alleen de publieke sector. Nu vallen ook private consumentendiensten onder de plicht. En de wet verwacht meer dan een eenmalige fix: organisaties moeten een toegankelijkheidsverklaring publiceren met een eerlijke status (volledig conform, gedeeltelijk conform of niet conform) en die verklaring jaarlijks bijwerken.
Voldoen is dus geen project dat je afsluit. Het is een status die je verdient en onderhoudt.
De publieke sector als voorbeeld van wat er misgaat
Hier zit de spanning die de meeste compliance-gesprekken vermijden. De publieke sector heeft een toegankelijkheidsplicht die al geldt sinds 2018. Zeven jaar later voldoet van de ruim negenduizend overheidswebsites en -apps slechts zes procent aan alle eisen, blijkt uit de Jaarmonitor Digitale Toegankelijkheid van 2024 (Ministerie van BZK). Zes procent, na zeven jaar, met een wettelijke verplichting.
Dat is geen technisch probleem. Dat is een prioriteitsprobleem. En het communiceert iets dat geen persbericht kan corrigeren.
Als de publieke sector met alle middelen en mandaat na zeven jaar op zes procent uitkomt, dan is de kans groot dat organisaties die nu pas beginnen omdat de EAA hen dwingt hetzelfde patroon volgen. Een verklaring publiceren, de ergste fouten repareren, en het dan laten liggen. Totdat er opnieuw een aanleiding is.
Elke drempel is een impliciete keuze
Elke drempel in een website is een keuze. Een knop die alleen met een muis werkt, sluit mensen met een motorische beperking uit. Een video zonder ondertiteling is voor doven en slechthorenden ontoegankelijk. Een te klein lettertype of een te laag kleurcontrast treft mensen met een visuele beperking, maar ook ouderen die op een telefoon in de zon staan.
In Nederland kunnen 4,5 miljoen mensen niet goed meedoen in de digitale samenleving. Eén op de vijf Nederlanders tussen zestien en 74 jaar, volgens dezelfde Jaarmonitor 2024. Dat zijn geen randgevallen. Dat is een substantieel deel van elke doelgroep.
Wat doen die mensen als ze herhaaldelijk drempels tegenkomen? Volgens branche-onderzoek stapt 62 procent van mensen met een beperking over naar een concurrent met betere toegankelijkheid als ze herhaaldelijk vastlopen. 42 procent haakt volledig af. Dat zijn geen zachte signalen.
Een website die technisch iets doet maar voor een deel van de bezoekers niet werkt, communiceert een houding. Niet in woorden, in gedrag. En gedrag is het sterkste merkstandpunt dat er is.
Toegankelijk bouwen is beter vindbaar bouwen
Hier is de tegenwerping die je vaak hoort: toegankelijkheid kost tijd en geld, en de doelgroep is klein. Beide aannames kloppen niet.
Semantische HTML, voldoende kleurcontrast, logische paginastructuur en toetsenbordnavigatie zijn precies de signalen die zoekmachines en AI-zoekers gebruiken om content te beoordelen en te citeren. Een analyse van tienduizend websites laat zien dat WCAG-conforme sites gemiddeld 23 procent meer organisch verkeer genereren en op 27 procent meer zoekwoorden ranken dan niet-conforme sites. Toegankelijk bouwen is dus ook beter vindbaar bouwen. Voor mensen en voor machines.
De verklaring is eenvoudig. Google's ranking-algoritme beloont technische kwaliteitssignalen die grotendeels samenvallen met WCAG-criteria: schone structuur, alt-teksten, leesbare tekst en snelle laadtijden. Wie toegankelijk bouwt, bouwt tegelijk een betere website voor alle bezoekers. De twee doelen sluiten elkaar niet uit; ze versterken elkaar.
Dat maakt de compliance-reflex (snel voldoen en dan klaar) ook technisch een slechte keuze. Een bijgespijkerd toegankelijkheidsprobleem levert een bijgespijkerde website op. Geen betere.
Bijspijkerwerk is zichtbaar voor wie het ziet
Van de top één miljoen meest bezochte websites heeft 94,8 procent meetbare WCAG-fouten, gemiddeld 51 fouten per pagina. Dat betekent dat een bezoeker met een beperking dagelijks websites tegenkomt die technisch niet kloppen. Ze weten het verschil tussen een site die is gebouwd voor iedereen en een site die op de valreep is aangepast.
Dat verschil is merkbaar. Niet alleen in de gebruikservaring, ook in hoe de organisatie overkomt. Een toegankelijkheidsverklaring die 'volledig conform' claimt zonder audit, terwijl de site bij de eerste toets fouten oplevert, is geen fout in de verklaring. Het is een merkstandpunt dat zegt: dit doen we omdat het moet, niet omdat we het menen.
De ontwerpregel voor de toegankelijkheid-status
Wat een bewust merkstandpunt over toegankelijkheid vraagt, is een andere volgorde. Niet: bouwen, lanceren, auditen, repareren. Maar: toegankelijkheid meenemen in het ontwerpproces, zodat de keuzes over kleurcontrast, navigatiestructuur en tekstgrootte worden gemaakt voordat de site live gaat.
Dat vraagt om een toegankelijkheidsverklaring die klopt. De wet verplicht een eerlijke status, en wie 'volledig conform' publiceert zonder dat te kunnen onderbouwen, loopt juridisch én reputatierisico. Een 'gedeeltelijk conform' met een concrete verbeterplanning is eerlijker. En geloofwaardiger.
Het vraagt ook om jaarlijkse updates. Niet als formaliteit, wel als bewijs dat de status wordt onderhouden. Een verklaring die twee jaar oud is en nooit is bijgewerkt, zegt meer dan de tekst erin.
Wie welkom heet, kiest dat vooraf
Terug naar het begin. Wie zijn website pas toegankelijk maakt omdat de wet het eist, heeft al een standpunt ingenomen. De vraag is alleen of het het standpunt is dat je wilt uitdragen.
Een merk waarvan duizend kleine dingen op één lijn staan, is herkenbaar. Ook zonder logo. Toegankelijkheid is zo'n klein ding dat groot is. Het zit in de knop die ook met een toetsenbord werkt. In de video die ook zonder geluid te volgen is. In de tekst die ook op een klein scherm leesbaar is. Samen vormen die keuzes een houding die bezoekers voelen, ook als ze er geen woorden voor hebben.
Organisaties die dat begrijpen, beginnen niet bij de audit. Ze beginnen bij de vraag wie ze welkom willen heten, en bouwen van daaruit.
Verder lezen
- Toegankelijke website laten maken (WCAG)
- Toegankelijkheid is geen project, het is een status die je verdient
Bronnen
- European Accessibility Act, WCAG en Nederlandse implementatie — Ariëns Advocaten · 2026
- Jaarmonitor Digitale Toegankelijkheid 2024 — DigiToegankelijk (Ministerie van BZK) · 2024
- Digitale toegankelijkheid schiet tekort voor mensen met een beperking — College voor de Rechten van de Mens · 2024
- Web Accessibility ROI: 23% Traffic Gain from WCAG Compliance [Study] — Accessibility.Works (op basis van SEMrush-onderzoek) · 2026
- Digitale Toegankelijkheid Statistieken 2026 — Searchlab (bron: Nucleus Research 2025) · 2026
- SEO accessibility: Make your site searchable for all — Search Engine Land (bron: Acquia-onderzoek) · 2025